Stel Newsbit in als voorkeursbron
Zie onze artikelen vaker bovenaan in Google Nieuws en Top Stories. Eén keer instellen, altijd als eerste op de hoogte.
Intel is terug van bijna weggeweest. Het aandeel van de Amerikaanse chipreus is meer dan verviervoudigd sinds de Amerikaanse overheid ingreep. Daarmee is het sentiment rond Intel volledig gedraaid.
Niet lang geleden werd nog serieus gesproken over een mogelijke opsplitsing van het bedrijf. Qualcomm en Broadcom zouden interesse hebben gehad in onderdelen van Intel, terwijl de marktwaarde onder de 100 miljard dollar zakte.
Nu wordt Intel opnieuw gezien als mogelijke strategische winnaar. Maar de echte test moet nog komen.

De ommekeer begon toen de regering-Trump vorig jaar een belang van 10 procent in Intel nam. Daarvoor werden miljarden aan subsidies uit de Chips Act en 3,2 miljard dollar aan defensiecontracten omgezet in aandelen. Het was de grootste federale aandeleninterventie in een Amerikaans bedrijf sinds de redding van General Motors in 2009.
De reden was duidelijk. De Verenigde Staten willen minder afhankelijk worden van Taiwan’s TSMC, dat meer dan 90 procent van de meest geavanceerde chips ter wereld produceert. In een wereld waarin AI, defensie en geopolitiek steeds sterker samenkomen, is die afhankelijkheid strategisch ongemakkelijk.
Intel is nog altijd de enige Amerikaanse partij met de ambitie en capaciteit om op het hoogste niveau chips te produceren. Daarom kreeg het bedrijf rugdekking van Washington.
De echte turnaround begon onder CEO Lip-Bu Tan. Toen hij vorig jaar aantrad, trof hij een bedrijf aan met stagnerende omzet, zware concurrentie van AMD en grote verliezen. In 2024 verloor Intel 18,8 miljard dollar.
Tan greep hard in. Hij schrapte meer dan 20.000 banen, ongeveer een vijfde van het personeelsbestand. Ook verkocht Intel belangen in Altera en Mobileye voor samen 5,2 miljard dollar. De kosten moesten omlaag, de balans moest versterkt worden en de engineeringcultuur opnieuw opgebouwd.
Daarmee brak Tan met het oude Intel, dat volgens critici te traag, te bureaucratisch en te overtuigd van zijn eigen dominantie was geworden.
De kern van Intel’s comeback is de foundry-tak. Intel wil chips gaan produceren voor andere bedrijven, net zoals TSMC dat doet. Dat is enorm moeilijk, omdat grote klanten als Apple, Nvidia, AMD en Qualcomm al jarenlang afhankelijk zijn van TSMC.
Toch lijkt er beweging te komen. Intel heeft gesprekken met meerdere potentiële klanten, verhoogt de kapitaaluitgaven en zegt volledig toegewijd te zijn aan zijn volgende generatie productietechnologie, 14A.
Apple zou Intel’s processen testen voor oudere M-serie chips. Ook een vage samenwerking met Elon Musk rond een grote Amerikaanse chipfabriek gaf het aandeel een extra impuls.
Maar bewijs ontbreekt nog. Intel moet nog laten zien dat zijn technologie echt kan concurreren met TSMC op prestaties, energieverbruik en schaal.
Naast productie probeert Intel ook opnieuw relevant te worden in AI. De eigen Nvidia-concurrenten zijn tot nu toe geen succes geweest, maar Tan richt zich nu meer op custom chips en datacenterprocessors. Zelfs een klein marktaandeel in AI-infrastructuur kan miljarden aan omzet opleveren.
OpenAI en Anthropic komen naar eigen zeggen steeds meer in de buurt van superintelligentie, terwijl stijgende rentes en zwakke consument de economie bedreigen.
Wall Street is historisch duur volgens de Shiller CAPE. Eerdere extreme niveaus werden regelmatig gevolgd door stevige correcties op de beurs.
SpaceX kan volgens Bitcoin-investeerder Dan Held 100 biljoen dollar waard worden dankzij goedkopere lanceringen en nieuwe ruimtevaartmarkten.
Een Brit dacht zijn Bitcoin voorgoed kwijt te zijn, maar krijgt vijftien jaar later alsnog een vermogen van 4,5 miljoen dollar terug.
Biotechs die zich richten op haaruitval presteren extreem sterk op Wall Street, en stegen in sommige gevallen met honderden procenten.
Grote beleggers verkleinen hun afhankelijkheid van de VS. Vier opvallende signalen wijzen deze week op een bredere verschuiving.