Stel Newsbit in als voorkeursbron
Zie onze artikelen vaker bovenaan in Google Nieuws en Top Stories. Eén keer instellen, altijd als eerste op de hoogte.
Volgens Ray Dalio, oprichter van ’s werelds grootste hedgefonds Bridgewater Associates, bevinden we ons aan het begin van een uitzonderlijk gevaarlijke fase in de wereldeconomie.
Niet omdat één systeem onder druk staat, maar omdat drie fundamentele orden tegelijk beginnen te falen: het monetaire systeem, de binnenlandse politieke orde en de internationale geopolitieke orde.
Dalio noemt dit geen theoretische exercitie, maar een historisch patroon dat zich volgens hem nu in real time ontvouwt. “It’s now happening,” schrijft hij. De wereld betreedt volgens Dalio het meest instabiele deel van wat hij al jaren “The Big Cycle” noemt.
Centraal in Dalio’s analyse staat het afbrokkelende vertrouwen in fiatgeld en staatsobligaties, met name in Amerikaanse dollarschuld. Waar centrale banken en buitenlandse overheden deze assets decennialang beschouwden als ultieme veilige haven, is dat beeld aan het kantelen.
Dalio wijst op een steeds fragieler evenwicht: de Verenigde Staten blijven enorme hoeveelheden schuld uitgeven, terwijl juist buitenlandse partijen historisch gezien de belangrijkste afnemers waren. Die relatie komt onder druk te staan door geopolitieke spanningen.
Landen als China verminderen al jaren hun blootstelling aan Amerikaanse staatsobligaties. Tegelijkertijd groeit wereldwijd de behoefte om reserves te spreiden, niet alleen uit financieel oogpunt, maar ook uit strategisch wantrouwen. Wie zijn reserves aanhoudt in dollars, is immers afhankelijk van Amerikaanse politieke en geopolitieke keuzes.
Wat Dalio’s waarschuwing uitzonderlijk maakt, is dat hij niet één crisis ziet, maar een samenvallende breuklijn:
Historisch gezien, zo stelt Dalio, markeert deze combinatie vrijwel altijd het laatste stadium van een dominante wereldmacht. In eerdere cycli, van het Nederlandse en Britse rijk tot eerdere Chinese dynastieën, volgde op dit punt een periode van 10 tot 20 jaar met hoge instabiliteit.
Volgens Dalio vertonen de Verenigde Staten steeds meer kenmerken van zo’n laatste fase. Hoge schulden, politieke verlamming, een groeiende kloof tussen arm en rijk en toenemende externe rivaliteit passen exact in het historische patroon dat hij beschrijft.
Dat betekent niet dat een directe instorting onvermijdelijk is, maar wel dat de foutmarge kleiner wordt. Beleidsmakers hebben steeds minder ruimte om schokken op te vangen zonder onbedoelde neveneffecten.
In dit krachtenveld krijgt Bitcoin een steeds duidelijkere rol. Niet als speculatief speeltje, maar als alternatief monetair systeem dat buiten staatsmacht en geopolitieke invloed valt. Juist Dalio’s kernpunt, afnemend vertrouwen in schuld en fiat, raakt aan de bestaansreden van Bitcoin.
Wanneer centrale banken minder vertrouwen hebben in elkaars schulden, en landen hun reserves willen diversifiëren, verschuift de aandacht vanzelf naar schaarse, niet-politieke assets. Goud profiteert daar al zichtbaar van, maar Bitcoin vervult een vergelijkbare rol in digitale vorm.
Bitcoin kent geen tegenpartijrisico, geen nationale loyaliteit en geen schuldencomponent. In een wereld waarin vertrouwen in instituties afneemt, kan dat aantrekkelijker worden. Niet van vandaag op morgen, maar structureel.
Tom Lee verwacht twaalf sterke maanden voor crypto en ziet tokenisatie als enorme kans voor Bitcoin, Ethereum en de financiële sector.
Bitcoin is meer dan een belegging. In een essay in The Wall Street Journal betoogt Alex Gladstein dat het zekerheid biedt waar geld faalt.
De AI-gekte zet Trumps Bitcoin-plannen onder druk. Amerikaanse miners kiezen steeds vaker voor AI, terwijl China terrein wint.
Een Brit dacht zijn Bitcoin voorgoed kwijt te zijn, maar krijgt vijftien jaar later alsnog een vermogen van 4,5 miljoen dollar terug.
Biotechs die zich richten op haaruitval presteren extreem sterk op Wall Street, en stegen in sommige gevallen met honderden procenten.
Grote beleggers verkleinen hun afhankelijkheid van de VS. Vier opvallende signalen wijzen deze week op een bredere verschuiving.