Stel Newsbit in als voorkeursbron
Zie onze artikelen vaker bovenaan in Google Nieuws en Top Stories. Eén keer instellen, altijd als eerste op de hoogte.
Ontwikkelingslanden hoeven volgens de Wereldbank minder bang te zijn voor kunstmatige intelligentie dan rijke landen. Sterker nog, ze stellen zelfs dat de technologie voor armere economieën juist een groeiversneller kan worden.
Volgens een nieuw rapport van de Wereldbank is AI in ontwikkelingslanden eerder een hulpmiddel voor werknemers dan een directe bedreiging voor hun baan. Minder dan 10 procent van de banen in deze economieën is gevoelig voor automatisering door AI. In rijke landen ligt dat volgens de bank boven een derde.
In veel opkomende economieën bestaat een groter deel van de arbeidsmarkt uit praktisch werk, informele arbeid en diensten die minder makkelijk volledig door AI kunnen worden vervangen.
De Wereldbank ziet vooral kansen doordat AI taken sneller en goedkoper kan maken waarvoor ontwikkelingslanden vaak te weinig gespecialiseerde werknemers hebben. Denk aan betere medische beeldvorming, snellere verwerking van rechtszaken, nauwkeurigere weersvoorspellingen en ondersteuning voor kleine bedrijven.
Volgens hoofdeconoom Indermit Gill kan AI landen helpen sprongen te maken die anders decennia zouden duren. Dat is een andere blik dan het debat in rijke landen, waar AI vooral wordt besproken als bedreiging voor kantoorpersoneel, programmeurs, consultants en andere kenniswerkers.
Opvallend is dat AI al snel wordt opgepakt door kleinere bedrijven in opkomende markten. Volgens de Wereldbank gebruikte gemiddeld ongeveer een vijfde van bedrijven met meer dan vijf werknemers in landen als India, Jordanië, Kenia, Mexico, Nigeria en Thailand recent AI-chatbots in hun bedrijfsvoering.
In de Verenigde Staten ligt dat percentage rond een derde. Dat gat is kleiner dan veel mensen waarschijnlijk zouden verwachten. De opkomst van kleinere AI-modellen helpt daarbij. Die vragen minder geheugen, minder rekenkracht en kunnen beter functioneren in landen waar stroomvoorziening en internet minder betrouwbaar zijn.

De Wereldbank waarschuwt wel voor een valkuil. Regeringen moeten niet automatisch miljarden steken in eigen datacenters, chipproductie en nationale AI-modellen onder het mom van “AI-soevereiniteit”.
Voor kleinere economieën is het volgens de bank vrijwel onmogelijk om de kloof met de Verenigde Staten en China te dichten. De betere strategie is aanpassen. Gebruik bestaande modellen, pas ze aan lokale talen en problemen aan, en zet AI in waar het direct productiviteit verhoogt.
Nvidia-topman Jensen Huang wijst doemscenario’s rond AI af en ziet geen kans dat de technologie in 2030 het einde van de wereld veroorzaakt.
OpenAI verwacht tot 2030 liefst 278 miljard dollar te verbranden, ondanks een verwachte omzetgroei naar 350 miljard dollar.
Terwijl OpenAI zijn beursgang uitstelt, wil SoftBank gas geven met datacenterbedrijf SB Energy, dat nog geen datacenter bouwde.
Een Brit dacht zijn Bitcoin voorgoed kwijt te zijn, maar krijgt vijftien jaar later alsnog een vermogen van 4,5 miljoen dollar terug.
Grote beleggers verkleinen hun afhankelijkheid van de VS. Vier opvallende signalen wijzen deze week op een bredere verschuiving.
India wil digitale centrale bankmunten koppelen voor betalingen binnen BRICS en zo de afhankelijkheid van de Amerikaanse dollar verkleinen.