Stel Newsbit in als voorkeursbron
Zie onze artikelen vaker bovenaan in Google Nieuws en Top Stories. Eén keer instellen, altijd als eerste op de hoogte.
Grote internationale beleggers beginnen voorzichtig terug te keren naar Japanse staatsobligaties. Na jaren van koersdalingen zijn de rentes hard opgelopen en begint de markt er op papier aantrekkelijker uit te zien.
De Japanse 10-jaarsrente is gestegen tot boven de 2,7 procent. En daarmee bijna tot het hoogste niveau van deze eeuw. Sinds begin vorig jaar steeg de rente met ongeveer 1,6 procentpunt, waardoor Japanse staatsobligaties tot de slechtst presterende grote obligatiemarkten ter wereld behoren.

Maar juist daardoor ontstaat nu de vraag. Is dit eindelijk het moment om Japanse staatsobligaties te kopen? Veel grote beleggers twijfelen. Niet omdat de waardering onaantrekkelijk is, maar omdat Japan al decennia bekendstaat als één van de gevaarlijkste obligatietrades ter wereld.
Japanse staatsobligaties hebben onder hedgefondsen en macrobeleggers een beruchte reputatie. Jarenlang probeerden beleggers te verdienen aan een stijging van de Japanse rente. Japan heeft een enorme staatsschuld, structurele begrotingstekorten en een vergrijzende bevolking. Vroeg of laat moest de rente stijgen.
Alleen gebeurde dat jarenlang niet. De Bank of Japan hield de rente extreem laag, voerde negatieve rentes in en kocht massaal obligaties op. Beleggers die tegen Japanse staatsobligaties speculeerden, werden keer op keer gedwongen hun posities met verlies te sluiten.
Zo ontstond de bijnaam widow-maker trade. Een trade die rationeel leek, maar beleggers financieel bleef slopen.
Het interessante is dat de angst nu precies andersom ligt. Vroeger was de gevaarlijke trade om Japanse obligaties te shorten. Nu vrezen beleggers dat juist het kopen van Japanse staatsobligaties de nieuwe widow-maker kan worden. Want ja, de rentes zijn fors gestegen. En ja, op papier worden de obligaties aantrekkelijker.
Maar de risico’s zijn niet verdwenen. Japan kampt nog altijd met een staatsschuld van ongeveer 200 procent van het bbp. Tegelijkertijd zijn er zorgen over nieuwe stimuleringsplannen van premier Sanae Takaichi, hoge energieprijzen en hardnekkigere inflatie.
Als de markt het vertrouwen verliest in de begrotingsdiscipline van Japan, kunnen de rentes verder stijgen. En als de Bank of Japan te langzaam reageert met renteverhogingen, kan dat de verkoopdruk op staatsobligaties juist versterken.
Voor obligatiebeleggers is de Bank of Japan nu de centrale speler. Als de centrale bank een duidelijk hawkish signaal geeft, kan dat paradoxaal genoeg steun geven aan de markt. Een strengere Bank of Japan zou namelijk laten zien dat inflatie serieus wordt genomen en dat de centrale bank bereid is de geloofwaardigheid van het beleid te verdedigen.
Maar als de markt het gevoel krijgt dat de Bank of Japan achter de feiten aanloopt, ontstaat een ander scenario. Dan kunnen beleggers hogere compensatie eisen voor het aanhouden van Japanse staatsobligaties. Dat betekent hogere rentes en lagere obligatiekoersen.
Beleggers willen kopen omdat de rente aantrekkelijker is geworden, maar ze willen niet te vroeg instappen in een markt die al jaren bijna genadeloos verkoopt.
Een andere belangrijke factor is de vraag of Japans binnenlands kapitaal terugkeert naar de eigen markt. De Japanse minister van Financiën heeft pensioenfondsen en huishoudens opgeroepen om meer in eigen land te investeren. Daardoor zijn Japanse staatsobligaties de afgelopen weken wat hersteld.
Maar internationale beleggers willen eerst bewijs zien. Iedereen kijkt vooral naar het Government Pension Investment Fund, het enorme Japanse pensioenfonds van ongeveer 1,8 biljoen dollar. Als dat fonds meer geld richting Japanse obligaties en aandelen stuurt, kan dat een belangrijk signaal zijn.
Sommige analisten denken dat zo’n verschuiving enorme instromen kan veroorzaken. Als het fonds zijn allocatie naar binnenlandse obligaties richting de bovenkant van de toegestane bandbreedte brengt, kan dat tientallen miljarden dollars aan extra vraag opleveren.
Maar daar zit meteen de onzekerheid. Het pensioenfonds opereert historisch vrij onafhankelijk en heeft expliciet vastgelegd dat het zijn reserves niet mag gebruiken om markten te sturen of economisch beleid uit te voeren.
Dit verhaal gaat niet alleen over Japanse obligaties. Het raakt ook aan de yen, de carry trade en wereldwijde liquiditeit.
Jarenlang konden beleggers goedkoop lenen in yen en dat geld investeren in hoger renderende activa elders, vooral in de Verenigde Staten. Die yen carry trade was een stille steunpilaar onder wereldwijde risicobeleggingen.
Maar als Japanse rentes verder stijgen en de yen sterker wordt, kan die trade onder druk komen. Dan wordt het minder aantrekkelijk om goedkoop in yen te lenen. In een extreem scenario moeten beleggers posities afbouwen en kapitaal terughalen naar Japan.
Dat kan druk zetten op Amerikaanse aandelen, technologie, AI-aandelen en andere rentegevoelige beleggingen. Daarmee past dit Japan-verhaal precies in het bredere macrobeeld van dit moment. Hogere olieprijzen, oplopende rentes, hardnekkige inflatie en een markt die steeds kritischer wordt op dure groeiverhalen.
Elon Musks Boring Company haalt drie miljard dollar op en krijgt een waardering van 23 miljard dollar voor verdere internationale uitbreiding.
Nintendo liet deze week twee keer nieuwe games zien. Gamers reageerden enthousiast, maar op de beurs verdween ruim 10 procent waarde.
Donkerrode cijfers vandaag op de financiële markten. De koersen van goud, zilver, Nvidia en Micron dalen hard, maar wat zit hierachter?
Een Brit dacht zijn Bitcoin voorgoed kwijt te zijn, maar krijgt vijftien jaar later alsnog een vermogen van 4,5 miljoen dollar terug.
Biotechs die zich richten op haaruitval presteren extreem sterk op Wall Street, en stegen in sommige gevallen met honderden procenten.
Grote beleggers verkleinen hun afhankelijkheid van de VS. Vier opvallende signalen wijzen deze week op een bredere verschuiving.