Stel Newsbit in als voorkeursbron
Zie onze artikelen vaker bovenaan in Google Nieuws en Top Stories. Eén keer instellen, altijd als eerste op de hoogte.
De mogelijke deal tussen de Verenigde Staten en Iran kan de gevechten in het Midden-Oosten beëindigen. Maar daarmee keert de wereldeconomie niet automatisch terug naar de situatie van vóór de oorlog, zo stelt Patricia Cohen in The New York Times.
De afgelopen maanden hebben iets in gang gezet dat moeilijk terug te draaien is. De energiemarkt verandert, de machtsverhoudingen verschuiven en het vertrouwen in veilige handelsroutes is beschadigd.
De bijna volledige verstoring van olie- en gasleveringen uit het Midden-Oosten heeft landen opnieuw wakker geschud. Europa, Azië en andere energie-importeurs zagen hoe kwetsbaar hun economieën zijn als één regio of één zeestraat tijdelijk onbetrouwbaar wordt.
Op korte termijn betekent dat soms meer gebruik van viezere brandstoffen, zoals steenkool. Vooral landen als Japan en Zuid-Korea moeten hun energievoorziening veiligstellen, ook als dat tijdelijk minder groen is.
Maar op langere termijn kan deze schok juist de energietransitie versnellen. Wind, zon, batterijen, elektrische voertuigen en kernenergie worden aantrekkelijker als bescherming tegen geopolitieke chaos.
De grote winnaar van deze verschuiving lijkt China te worden.
Wie minder afhankelijk wil worden van olie en gas uit kwetsbare regio’s, heeft zonnepanelen, windturbines, batterijen, transformatoren, hoogspanningskabels en software nodig. Precies daar domineert China de wereldmarkt.
Dat geeft Peking niet alleen economische macht, maar ook geopolitieke invloed. Landen die hun energievoorziening willen beveiligen, kunnen moeilijk om Chinese technologie heen.
De Verenigde Staten dreigen juist terrein te verliezen. De regering-Trump probeert duurzame energieprojecten af te remmen en betaalt bedrijven zelfs om windprojecten te schrappen. Daarmee trekt Amerika zich deels terug uit een industriële race die China graag wint.
De economische gevolgen worden inmiddels zichtbaar. De Wereldbank heeft de groeiverwachtingen verlaagd. De wereldeconomie groeit dit jaar naar verwachting nog maar 2,5 procent, na 2,9 procent in 2025.
Tegelijkertijd loopt de inflatie weer op. In de Verenigde Staten steeg de inflatie in mei naar 4,2 procent. De markt rekent niet langer op renteverlagingen, maar juist op minstens één renteverhoging door de Federal Reserve.
Ook de Europese Centrale Bank verhoogde de rente naar 2,25 procent, met de oorlog in het Midden-Oosten als belangrijke bron van nieuwe inflatiedruk.
Hogere rentes zijn vooral problematisch omdat overheden al met enorme schulden zitten.
Landen moeten meer geld uitgeven aan rente, defensie, energiecompensatie en economische steun. Dat beperkt de ruimte voor investeringen in onderwijs, infrastructuur, zorg of innovatie.
Voor arme landen is dat nog moeilijker. Aziatische economieën die zwaar geraakt zijn door de energiecrisis vragen al noodleningen aan bij de Asian Development Bank.
De oorlog met Iran is dus niet alleen een probleem voor olie-importeurs of beleggers. Het raakt uiteindelijk begrotingen, huishoudens en langetermijngroei.
Warren Buffett stopt als voorzitter van Berkshire Hathaway. Zijn zoon Howard neemt het voorzitterschap van het miljardenconcern over.
Hoewel de AEX koers praktisch onveranderd is, zien we de chippers in de vorm van ASML, ASMI en BESI opnieuw stijgen.
Wall Street kleurt alweer groen na de renteverhoging van de Amerikaanse centrale bank. Met name AI-aandelen doen het weer goed.
Een Brit dacht zijn Bitcoin voorgoed kwijt te zijn, maar krijgt vijftien jaar later alsnog een vermogen van 4,5 miljoen dollar terug.
Grote beleggers verkleinen hun afhankelijkheid van de VS. Vier opvallende signalen wijzen deze week op een bredere verschuiving.
India wil digitale centrale bankmunten koppelen voor betalingen binnen BRICS en zo de afhankelijkheid van de Amerikaanse dollar verkleinen.