Stel Newsbit in als voorkeursbron
Zie onze artikelen vaker bovenaan in Google Nieuws en Top Stories. Eén keer instellen, altijd als eerste op de hoogte.
De grootste bedreiging voor de wereldeconomie is misschien niet de inflatie, de rente of de torenhoge staatsschulden. Het is de vergrijzing. De beroepsbevolking krimpt in grote delen van de wereld en dat gaat decennialang doorwerken in economieën, markten en overheidsbeleid.
Steeds meer mensen in de werkende leeftijd, dat was jarenlang het fundament onder de wereldwijde groei. Inmiddels draait die ontwikkeling in veel grote economieën de andere kant op.
Vrouwen krijgen wereldwijd gemiddeld 2,25 kinderen, een kind minder dan een generatie geleden. Tegen het einde van de jaren 2040 zakt dat cijfer naar 2,1, aldus de Verenigde Naties. Dat is het zogeheten vervangingsniveau: het aantal kinderen dat nodig is om de bevolking op peil te houden.
In rijke landen is de rek er al uit. In 2000 was daar zo’n 60 procent van de bevolking in de werkende leeftijd, tegen 2060 is dat nog maar 52 procent. Tegelijkertijd groeit de groep ouderen razendsnel. Eind jaren 2070 telt de wereld naar verwachting 2,2 miljard 65-plussers, meer dan het aantal kinderen onder de 18.
De rekensom is pijnlijk simpel. Minder werkenden moeten meer gepensioneerden onderhouden. Er komt minder belastinggeld binnen, terwijl de uitgaven aan pensioenen en zorg juist oplopen.
Voor landen met hoge staatsschulden is dat extra gevaarlijk. Een schuld is namelijk alleen draaglijk zolang de economie groeit en er genoeg belastinggeld binnenkomt. Valt die groei weg, dan wordt de schuldenberg relatief steeds zwaarder, terwijl de rente gewoon elk jaar betaald moet worden.
De Nederlandsche Bank (DNB) rekent voor dat de Nederlandse economische groei tussen 2026 en 2040 vertraagt naar gemiddeld 0,6 procent per jaar. De groei per hoofd van de bevolking valt vrijwel stil. Niet banen, maar mensen worden schaars, zo vat de toezichthouder het samen.
Personeelstekorten in de zorg, techniek en het onderwijs zijn daarmee geen tijdelijk probleem meer, maar een blijvend gegeven. Dat drijft de lonen op en houdt de inflatie hardnekkig hoog.
Nergens is de klap zo groot als in China. Het land verliest volgens de VN tot het einde van deze eeuw 786 miljoen inwoners, meer dan de helft van de huidige bevolking.
Ook Nederland merkt dit: de WRR waarschuwt dat onze welvaart via handel en arbeidsmigratie sterk verbonden is met landen waar de beroepsbevolking snel krimpt. Er vertrekken inmiddels zelfs meer Polen uit Nederland dan er komen.
Nu arbeid schaarser wordt, leunen economieën steeds zwaarder op automatisering, kunstmatige intelligentie (AI), robotica en migratie. De volgende fase van groei draait niet om hoeveel mensen een economie heeft, maar om hoe productief iedere werkende is.
Het IMF becijferde dat in ontwikkelde economieën ongeveer 60 procent van de banen wordt beïnvloed door AI. Bij de helft daarvan ondersteunt de technologie het werk, bij de andere helft wordt het werk deels overgenomen.
Toch is dat allesbehalve een uitgemaakte zaak. DNB noemt de productiviteitswinst van AI “hoogst onzeker”. De productiviteitsgroei is de afgelopen decennia juist gedaald naar 0,5 procent per jaar, terwijl er 1,4 procent nodig is om de groei op peil te houden. Er moet dus een forse trendbreuk komen die er nog niet is.
Marine Le Pen wil het Franse begrotingstekort drastisch verlagen en vraagt de ECB om ingrijpen nu de financieringskosten snel oplopen.
Braziliaanse verkiezingen bewegen de markten. Beleggers kijken vooral naar de rente, inflatie en het begrotingsbeleid van Brazilië.
In Silicon Valley roept men dat AI massaal banen gaat vernietigen. Economen zijn daar minder zeker over. Wie krijgt er gelijk?
Nieuwe box 3-plannen kunnen honderdduizenden beleggers raken en gevolgen hebben voor Nederlanders met aandelen, spaargeld en crypto.
Een crypto analist verwacht dat sommige XRP-bezitters dit jaar financieel kunnen binnenlopen als de XRP koers sterk blijft stijgen.
Bernstein verwacht dat de goudprijs in 2030 kan stijgen naar 5.600 dollar, ondanks hogere rentes en tegenwind van de Fed.