Stel Newsbit in als voorkeursbron
Zie onze artikelen vaker bovenaan in Google Nieuws en Top Stories. Eén keer instellen, altijd als eerste op de hoogte.
De Amerikaanse econoom Steve Hanke waarschuwt dat de wereldeconomie mogelijk gevoeliger is voor een olieschok dan tijdens de crisis van eind jaren zeventig. Volgens hem vormen de huidige hoge waarderingen op de aandelenmarkt een groot risico als geopolitieke spanningen verder escaleren en olieprijzen stijgen.
In een interview op The David Lin Report stelt Hanke dat een eventuele daling van aandelenkoersen vandaag veel grotere economische gevolgen kan hebben dan tijdens de oliecrisis van 1979. Dat komt doordat de financiële markten momenteel veel hoger gewaardeerd zijn.
Hanke wijst vooral op het verschil in waardering tussen toen en nu. In 1979 handelde de aandelenmarkt gemiddeld rond een koers-winstverhouding van ongeveer 8. Tegenwoordig ligt dat niveau volgens hem rond de 29.
Dat betekent dat er aanzienlijk meer neerwaarts risico bestaat als het marktsentiment plotseling omslaat. Wanneer aandelenkoersen sterk dalen, kan dat volgens Hanke direct effect hebben op het gedrag van consumenten.
Huishoudens voelen zich immers rijker wanneer hun beleggingen in waarde stijgen. Maar wanneer de beurs onderuitgaat, kan dat snel veranderen.
Volgens Hanke zullen veel mensen in dat scenario hun uitgaven beperken. Dat kan vervolgens een bredere economische vertraging veroorzaken.
Toch verwacht de econoom niet dat de wereld opnieuw een crisis meemaakt zoals in de jaren zeventig. De wereldeconomie is vandaag minder afhankelijk van olie en de productie is beter gespreid over verschillende regio’s.
Zo produceerde Iran in 1978 ongeveer acht tot acht en een half procent van de wereldwijde olievoorraad. Tegenwoordig ligt dat aandeel dichter bij vijf procent.
Tegelijkertijd is de rol van de Verenigde Staten in de olieproductie groter geworden. Het aandeel van de VS in de wereldwijde productie is gestegen van ongeveer 15,6 procent eind jaren zeventig naar bijna 19 procent vandaag.
Ook is de energie-efficiëntie sterk verbeterd. In de jaren zeventig werd ongeveer 1,5 procent olie gebruikt per eenheid van het bruto binnenlands product. Vandaag ligt dat volgens Hanke rond de 0,4 procent.
Volgens Hanke leiden hogere olieprijzen niet automatisch tot brede inflatie. Hij benadrukt dat inflatie vooral wordt veroorzaakt door monetair beleid.
Als centrale banken de geldhoeveelheid uitbreiden om economische schokken op te vangen, kan inflatie ontstaan. Zonder die extra geldcreatie blijven stijgende olieprijzen volgens hem vooral een relatieve prijsverandering.
Als voorbeeld noemt hij Japan tijdens eerdere oliecrises. Tijdens de oliecrisis van 1973 vergrootte de Bank of Japan de geldhoeveelheid, wat bijdroeg aan inflatie. Tijdens de latere crisis in de jaren zeventig bleef de centrale bank juist voorzichtiger, waardoor de inflatiedruk beperkter bleef.
Hanke ziet ook oplossingen. Overheden kunnen de prijsdruk verlichten door meer Russische olie weer toe te laten op de wereldmarkt. Er liggen volgens hem grote voorraden opgeslagen in de Russische schaduwvloot die bij gedeeltelijke versoepeling van sancties snel beschikbaar zouden zijn.
Daarnaast kunnen de VS hun Strategic Petroleum Reserve inzetten, die honderden miljoenen vaten bevat. Maar Hanke waarschuwt: als het conflict lang duurt, helpen noodmaatregelen maar tot op zekere hoogte. Oorlogen veranderen geopolitieke verhoudingen en creëren onzekerheid die met geen enkele olievoorraad is op te vangen.
OpenAI stelt zijn beursgang uit tot minstens 2027, terwijl Sam Altman waarschuwt voor de grote veiligheidsrisico’s van AI.
Starbucks gaat wereldwijd bijna alle winkels verbouwen, zet in op sfeer en ontmoeting. Terwijl de concurrentie gaat voor snelheid.
Jarenlang verloren Amerikaanse universiteitsfondsen het van de S&P 500. Nu is dat omgedraaid. Wat is er veranderd? Waar investeren deze fondsen in?
Een Brit dacht zijn Bitcoin voorgoed kwijt te zijn, maar krijgt vijftien jaar later alsnog een vermogen van 4,5 miljoen dollar terug.
Biotechs die zich richten op haaruitval presteren extreem sterk op Wall Street, en stegen in sommige gevallen met honderden procenten.
Grote beleggers verkleinen hun afhankelijkheid van de VS. Vier opvallende signalen wijzen deze week op een bredere verschuiving.