Stel Newsbit in als voorkeursbron
Zie onze artikelen vaker bovenaan in Google Nieuws en Top Stories. Eén keer instellen, altijd als eerste op de hoogte.
Donald Trump is boos op ExxonMobil en Chevron. Volgens de Amerikaanse president hebben de twee oliebedrijven “teveel geld” verdiend aan de hogere olieprijzen tijdens de oorlog met Iran. Die opmerking is opvallend, omdat diezelfde oorlog werd aangewakkerd door Amerikaanse en Israëlische aanvallen op Iran eind februari.
Sindsdien is de olieprijs hard opgelopen. Amerikaanse olie werd ongeveer 20 procent duurder sinds het begin van de oorlog. In het tweede kwartaal lag de gemiddelde slotprijs van WTI rond 92 dollar per vat, ongeveer 27 procent hoger dan in het eerste kwartaal.
Voor oliebedrijven was dat een goudmijn.
Chevron rapporteerde vrijdag een winst van 12 miljard dollar over het tweede kwartaal. Dat is bijna vijf keer zoveel als de 2,5 miljard dollar in dezelfde periode vorig jaar. ExxonMobil zag de winst meer dan verdubbelen naar 14,5 miljard dollar, tegenover 7,1 miljard dollar een jaar eerder.

Trump vindt dat te veel. “Chevron, too much money. ExxonMobil, too much money,” zei hij tegen verslaggevers in het Witte Huis. Volgens Trump moeten de bedrijven “een deel teruggeven aan het publiek” en de prijs voor consumenten verlagen.
Daarmee richt hij zijn woede op de oliemajors, terwijl de oorzaak van de winstexplosie vooral ligt bij de geopolitieke schok die de olieprijs omhoog joeg.
De oorlog met Iran heeft de oliemarkt volledig veranderd. Iran reageerde op de aanvallen door de export via de Straat van Hormuz te verstoren. Dat is één van de belangrijkste olieroutes ter wereld. Zodra daar onzekerheid ontstaat, bouwen handelaren direct een risicopremie in de olieprijs in.
Dat werkt door naar de pomp. Volgens AAA lag de gemiddelde benzineprijs in de Verenigde Staten maandag rond 4,10 dollar per gallon. Voor de oorlog betaalden automobilisten nog ongeveer 2,98 dollar.
Voor consumenten voelt dat als directe inflatie. En dat is politiek gevaarlijk.
Trump probeert nu de pijn bij de pomp te verleggen naar Exxon en Chevron. Dat is begrijpelijk vanuit politiek perspectief. Hogere benzineprijzen raken huishoudens direct en zijn historisch giftig voor Amerikaanse presidenten.
Maar economisch is het beeld ingewikkelder. Oliebedrijven profiteren van hogere prijzen, maar zij bepalen de wereldwijde olieprijs niet alleen. Die wordt gedreven door aanbod, vraag, geopolitiek, raffinagecapaciteit en marktrisico.
Als een oorlog de bevoorrading bedreigt, stijgt de prijs. Daarna stijgen automatisch ook de winsten van producenten.
Ex-Google-onderzoekers willen miljoenen ophalen voor Emulate. De jonge AI-start-up kan daardoor bijna vier miljard dollar waard worden.
AI-aandelen trekken vandaag de beurs omhoog, nadat centrale banken vrijwel allemaal voor hogere rentes kozen. Hoe kan dat?
Nike kreeg deze week opnieuw een grote klap, want het verliest superster Mbappé aan sportmerk On, dat de voetbalwereld wil veroveren.
Een Brit dacht zijn Bitcoin voorgoed kwijt te zijn, maar krijgt vijftien jaar later alsnog een vermogen van 4,5 miljoen dollar terug.
Grote beleggers verkleinen hun afhankelijkheid van de VS. Vier opvallende signalen wijzen deze week op een bredere verschuiving.
India wil digitale centrale bankmunten koppelen voor betalingen binnen BRICS en zo de afhankelijkheid van de Amerikaanse dollar verkleinen.