Stel Newsbit in als voorkeursbron
Zie onze artikelen vaker bovenaan in Google Nieuws en Top Stories. Eén keer instellen, altijd als eerste op de hoogte.
De harde klap voor AI-aandelen van afgelopen vrijdag lijkt op het eerste gezicht een chipprobleem. De chipsector verloor ongeveer 10 procent en meer dan 1 biljoen dollar aan beurswaarde verdampte bij die crash.

Maar de diepere oorzaak ligt niet bij chips zelf. Het was vooral een renteprobleem.
De sterke Amerikaanse banencijfers van vrijdag zorgden ervoor dat beleggers opnieuw rekening houden met een renteverhoging door de Federal Reserve. Daarmee kwam de druk terecht bij de duurste en meest rentegevoelige aandelen van de markt: AI, chippers en andere groeibedrijven.
Het Amerikaanse banenrapport over mei was veel sterker dan verwacht. Er kwamen 172.000 banen bij, tegenover een consensus van ongeveer 80.000. De werkloosheid bleef stabiel op 4,3 procent en eerdere maanden werden stevig naar boven bijgesteld.
Normaal is een sterke arbeidsmarkt goed nieuws. Maar in deze markt betekent het vooral dat de Amerikaanse centrale bank minder ruimte heeft om de rente te verlagen.
Sterker nog, de markt prijst inmiddels een kans van ongeveer 70 procent in dat de Fed later dit jaar de rente verhoogt. Dat verklaart de reactie. De Amerikaanse 2-jaarsrente steeg naar 4,16 procent, de 10-jaarsrente naar 4,54 procent en de 30-jaarsrente kwam opnieuw boven 5 procent uit.
AI-aandelen zijn gevoelig voor rente, omdat een groot deel van hun waardering gebaseerd is op toekomstige winsten. Hoe hoger de rente, hoe minder die toekomstige winsten vandaag waard zijn.
Daarom werden juist chips het hardst geraakt. Niet omdat de AI-revolutie ineens voorbij is, maar omdat deze aandelen het meest kwetsbaar zijn voor een stijgende rente.
Daar komt nog iets bij. De AI-sector heeft steeds meer kapitaal nodig. Alphabet haalt tientallen miljarden op, Meta verkoopt aandelen en SpaceX komt met een enorme beursgang. De AI-race wordt dus niet alleen groter, maar ook duurder.
Alles draait nu om woensdag. Dan verschijnt het Amerikaanse inflatiecijfer over mei.
De markt rekent op een stijging van de headline inflatie naar ongeveer 4,2 procent, tegenover de 3,8 procent van afgelopen maand. De kerninflatie wordt rond 2,9 procent verwacht.
Als dat cijfer inderdaad heet binnenkomt, wordt de boodschap duidelijk. De Amerikaanse centrale bank kan dan niet versoepelen en moet misschien zelfs de rente verhogen. Dan kan de verkoopdruk in AI-aandelen en andere rentegevoelige delen van de markt aanhouden.
In dat scenario was vrijdag geen losse correctie, maar het begin van een bredere herprijzing.
Aan de andere kant zou de inflatie ook een meevaller kunnen vormen. Voorlopig lijkt het daar echter niet op. Ook voor komende maand ziet het er nog niet rooskleurig uit nu de olieprijzen weer iets lijken te klimmen.
DeepMind waarschuwt dat AI zich niet sneller mag ontwikkelen dan veiligheidsmaatregelen en ziet een serieuze kans op AGI.
OpenAI wil voor de beursgang nog geld ophalen in een investeringsronde die het bedrijf op 1,2 biljoen dollar zou waarderen.
Een van Wall Streets grootste beursoptimisten verlaagt zijn koersdoel voor de S&P 500 en waarschuwt voor een mogelijke terugval.
Een Brit dacht zijn Bitcoin voorgoed kwijt te zijn, maar krijgt vijftien jaar later alsnog een vermogen van 4,5 miljoen dollar terug.
Grote beleggers verkleinen hun afhankelijkheid van de VS. Vier opvallende signalen wijzen deze week op een bredere verschuiving.
Tim Cook waarschuwt dat de AI hausse prijzen opdrijft. Apple verhoogt prijzen en ook Elon Musk maakt zich grote zorgen hierover.