Maak een account op Bitvavo en krijg 10 XRP gratis!
Bitvavo: Ontvang 10
XRP Welkomstbonus!
Geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten zorgen wereldwijd voor onrust. Niet alleen in het Westen, maar ook in Azië. Meerdere Aziatische valuta staan momenteel stevig onder druk en centrale banken hebben moeite om die druk effectief te beperken. Zowel de Filipijnse peso als de Indiase roepie verloren fors aan waarde, ondanks recente beleidsmaatregelen.
De financiële markten worden al dagen beheerst door de stijgende olieprijs. Vooral voor landen in Azië is dat belangrijk. Veel Aziatische economieën zijn sterk afhankelijk van energie-import uit het Midden-Oosten. Een groot deel van de olie passeert de Straat van Hormuz. Nu dat transport door de oorlog wordt verstoord, lopen de olieprijzen op. Daardoor hebben landen meer dollars nodig voor hun import.
Dat verhoogt de vraag naar de dollar en zet lokale valuta onder druk. Tegelijk zorgen hogere energieprijzen voor meer inflatie en een verslechterende handelsbalans. Ook trekken investeerders kapitaal terug uit kwetsbare economieën. Daardoor neemt de druk op Aziatische valuta verder toe.
De Filipijnse peso zakte maandag naar 60,8 per dollar. Daarmee zette de munt een daling voort die in maart al meer dan vijf procent bedroeg. Volgens de Bangko Sentral ng Pilipinas, afgekort BSP, is het beleid niet gericht op het verdedigen van een vaste wisselkoers, maar op het beperken van grote schommelingen die de inflatie kunnen aanjagen.
De kwetsbaarheid van de Filipijnen zit vooral in de grote afhankelijkheid van energie-import. Ongeveer 98 procent van de olie komt uit de Golfregio. Daardoor werken geopolitieke spanningen daar vrijwel direct door in de economie. Eerder riep president Ferdinand Marcos Jr. via Executive Order 110 al een nationale energiecrisis uit.
De combinatie van stijgende energieprijzen en onzekerheid over aanvoerlijnen vergroot de druk op de munt. Daardoor blijft de peso gevoelig voor externe schokken, ondanks pogingen van de centrale bank om de volatiliteit te beperken.
Ook de Indiase roepie staat zwaar onder druk. De munt brak maandag voor het eerst door de grens van 95 per dollar en bereikte intraday een dieptepunt van 95,2. Over het afgelopen fiscale jaar verloor de roepie al ongeveer 11 procent van zijn waarde. Dat is de grootste daling sinds 2011 en 2012.

De Reserve Bank of India, afgekort RBI, probeerde speculatie af te remmen door limieten in te stellen op valutaposities van banken. Vanaf 10 april mogen die posities maximaal 100 miljoen dollar per dag bedragen. Die maatregel moet grote eenzijdige posities tegen de roepie voorkomen.
Ook kapitaaluitstroom speelt in India een belangrijke rol. Buitenlandse investeerders verkochten het afgelopen jaar voor meer dan 19 miljard dollar aan Indiase aandelen. In maart liep die uitstroom zelfs op tot een recordniveau. De stijgende olieprijzen hebben de druk op de economie de afgelopen weken verder vergroot.
De S&P 500 steeg bijna 3 procent en goud herstelde fors na twee berichten over een mogelijk einde van de Iran-oorlog.
Peter Hegseth wilde miljoenen in defensiebedrijven investeren voordat Amerika de aanval op Iran opende. Daar zit een luchtje aan.
De S&P 500 steeg 1,5 procent na berichten dat Trump de Iran-oorlog wil beëindigen. De olieprijs daalde, maar maart blijft de slechtste maand sinds 2022.
De Federal Reserve houdt de rente gelijk terwijl inflatiezorgen en geopolitieke spanningen toenemen. Bitcoin maakt onverwacht sprongetje.
Iran overweegt beperkte doorgang door de Straat van Hormuz, maar koppelt dat volgens media aan een opvallende eis rond betalingen in yuan.
Warren Buffett verdient miljarden met olie. Zijn strategie toont waarom spreiding beleggers beschermt tegen onverwachte marktschokken.