De oorlog met Iran begint steeds duidelijker door te werken in de Amerikaanse economie. Wat begon als een geopolitiek conflict, verandert langzaam in een economische schok via hogere brandstofprijzen, stijgende rentes, duurdere voedselproductie en verstoringen in aanvoerketens.
Volgens de Amerikaanse regering bedragen de directe kosten van de oorlog voorlopig ongeveer 25 miljard dollar. Maar economen waarschuwen dat dit slechts het zichtbare deel is. De echte schade ligt waarschijnlijk veel hoger, omdat de oorlog ook de groei remt en de kosten voor huishoudens en bedrijven opdrijft.
Brandstof raakt de consument direct
De sluiting van de Straat van Hormuz is de belangrijkste oorzaak. Voor de oorlog ging ongeveer een vijfde van de wereldwijde olieaanvoer door deze vaarroute. Door de blokkade zijn Amerikaanse benzineprijzen met meer dan de helft gestegen naar 4,55 dollar per gallon.
Diesel, cruciaal voor transport en industrie, steeg naar 5,66 dollar per gallon. Amerikaanse consumenten betaalden sinds het begin van de oorlog al ongeveer 35 miljard dollar extra aan benzine en diesel. Dat komt neer op zo’n 268 dollar per huishouden.
Voor lagere inkomens is de impact het grootst. Onderzoek van de New York Fed laat zien dat rijkere huishoudens nauwelijks minder rijden, terwijl lagere inkomens hun brandstofverbruik al met 7 procent hebben teruggeschroefd.
Hogere rente kost groei
De oorlog raakt de economie ook via de rente. Voor het conflict rekenden beleggers nog op twee renteverlagingen door de Federal Reserve dit jaar. Maar door stijgende energieprijzen is de inflatie opnieuw opgelopen naar 3,5 procent.
Daardoor lijkt renteverlaging voorlopig van tafel. Volgens econoom Justin Wolfers kan alleen al het uitblijven van een halve procentpunt renteverlaging ongeveer 200 miljard dollar aan economische groei kosten.
Ook huizenkopers voelen dat. De gemiddelde 30-jarige hypotheekrente steeg van 5,98 procent voor de oorlog naar 6,37 procent.
Aanvoerketens en voedselprijzen onder druk
Tegelijkertijd nemen de problemen in aanvoerketens toe. De maatstaf van de New York Fed voor wereldwijde supply-chain stress staat op het hoogste niveau sinds de coronapandemie. Vrachttarieven lopen op, zelfs op routes die niet direct langs het Midden-Oosten gaan.
De voedselprijzen kunnen later volgen. Hogere dieselkosten werken meestal met vertraging door in boodschappen, vooral bij bederfelijke producten zoals vlees, groente, fruit en vis. Daarbovenop stijgen ook kunstmestprijzen. Stikstofkunstmest, waarvan veel in het Midden-Oosten wordt geproduceerd, is sinds het begin van de oorlog meer dan 30 procent duurder geworden.
Economische schade stapelt zich op
De Amerikaanse olie-industrie profiteert van hogere prijzen, maar voor de meeste huishoudens en bedrijven is de oorlog vooral een kostenpost. Brandstof, transport, voedsel, hypotheken en overheidsfinanciering worden duurder.
Daarmee begint de Iran-oorlog de Amerikaanse economie op meerdere plekken tegelijk te raken. Niet als één grote klap, maar als een optelsom van steeds meer drukpunten.
3 miljard downloads: Alibaba’s AI-model verovert de wereld
Alibaba’s Qwen passeert 3 miljard downloads en laat Google en Meta achter, terwijl Chinese AI wereldwijd steeds meer terrein wint.
Gevallen AI-wonderkind stopt half miljard in ASML-rivaal
ASML-rivaal Source Foundry kreeg deze week 400 miljoen dollar van een 24-jarige die net twee derde van zijn fonds verloor.
Jane Street verliest $15 miljard: eerste rode maand in tien jaar
Jane Street verloor in juli 15 miljard dollar door AI-beleggingen en Aziatische aandelen, maar heeft dit jaar nog altijd recordinkomsten.
Meest gelezen
Oud-ASML’er helpt China aan cruciale EUV-lichtbron
China zet stap richting eigen EUV-chipmachines dankzij voormalig ASML-wetenschapper, maar ASML blijft voorlopig voor.
Historische ommekeer in Japan kan grote gevolgen hebben voor Bitcoin
Japan herstelt economisch, maar hogere rentes kunnen goedkoop kapitaal laten verdwijnen en zo druk zetten op Bitcoin en de cryptomarkt.
AI-wonderkind ziet hedgefonds van $45 miljard in enkele dagen instorten
AI-belegger Leopold Aschenbrenner zag zijn hedgefonds instorten na risicovolle hefboomposities. Citadel greep in met een miljardenredding.
